De Uluguru Mountains

Met de kerstperiode zijn het kantoor en de Belgische ambassade dicht, een ideale gelegenheid dus om Tanzania verder te ontdekken. Ons oog was gevallen op de Uluguru Mountains, een bergketen op ongeveer 200 km landinwaarts van Dar es Salaam met pieken tot boven de 2.600 m. Dit gebied ligt langs de Tanzam Highway die Tanzania verbindt met Zambia en die de toeristen toegang verschaft tot de belangrijkste safariparken in het zuiden van het land: Mikumi, Ruaha en Selous. Net daardoor worden de Uluguru Mountains schromelijk over het hoofd gezien, iedereen racet er langs om zo snel mogelijk de beestjes zien. Wij dus niet.   

Na een rit van ongeveer twee uur kwamen we vrijdagavond aan in Morogoro, met 200.000 inwoners de grootste stad van de regio en gelegen aan de voet van de bergen. We spraken af in ons hotel met Rose, de lokale verantwoordelijke van het Tanzaniaanse Wildlife and Conservation Ministry, en Charles, een officiële gids, om onze trip uit te stippelen. Van planning hadden ze echter geen kaas gegeten. Toen we hen vroegen naar de duur van een bepaalde tocht, nam deze in eerste instantie gemiddeld 3 uren in beslag. Of was het, bij nader inzien, toch geen 8 uren? En dekte dat nu alleen de tocht naar de bestemming of toch de totale reis, heen en terug? Het antwoord bleef uit. Ook de berekening van de juiste park en guide fees bleek een te zware bevalling waarover ik me dan maar heb ontfermd. Na anderhalf uur was alles toch geregeld en we spraken af voor de volgende morgen.

Charles was weliswaar op tijd maar enkel om ons mee te delen dat hij ons niet kon vergezellen wegens “urgent family matters”. James, die zogezegd ook een officiële gids was van het Wildlife and Conservation Ministry, zou het tijdens onze eerste tocht van hem overnemen. Door de hevige onweders de avond voordien moesten we afzien van ons plan om de Lupanga Peak (2.197 m) te beklimmen wegens te glad en dus te gevaarlijk. In de plaats trokken we naar Morningside, een plekje in het tropisch regenwoud waar de Duitsers ooit een berghoteltje hadden neergezet om in het weekend te komen jodelen en van het prachtige uitzicht over de Morogoro vallei te genieten. Met de onafhankelijkheid van Tanzania begin jaren 60 werden de Duitse kolonisten echter verdreven en sindsdien schiet er van het hotel niets meer over. Van het regenwoud trouwens ook niet, althans niet meer onder en rond Morningside. Dat gebied is vanaf de jaren ’70 door de lokale bevolking volledig ontbost op zoek naar vruchtbare landbouwgrond. Dat is hen goed gelukt, het padje naar Morningside leid je door één grote moestuin: overal ajuinen, wortels, selder, aardappelen, pruimen tomaten, paprikas, salade, appels, enz. In de zone boven Morningside is het woud wel intakt gebleven dankzij een recent opgezet Forest Conservation Programme maar tot zover ging onze wandeling niet. Tijdens de tocht viel gids James door de mand toen ik hem vroeg naar de slangen in de buurt. “Cobras” antwoordde hij beangstigend. “Spitting cobras?” vroeg ik, verwijzend naar de Naja Nigricollis, een van de gevaarlijkste en bekendste soorten die in Tanzania voorkomen en die hun gif tot 3 meter ver uitspuwen, meestal richting de ogen van hun slachtoffer. “Spitting?”, keek James me verbaasd aan … “no spitting sir, biting yes … biting cobras”. Hij had duidelijk nog nooit van de Naja Nigricollis gehoord.

In de namiddag werd duidelijk waarom. James was helemaal geen gids maar gewoon een maat van Charles die een beetje zijn weg kende in de bergen. Charles zelf was in de voormiddag met de door ons betaalde guide fees vertrokken naar Dar es Salaam, om er kerstfeest te vieren. En alhoewel iedereen daar toe het recht heeft, kon ik daar toch niet mee lachen. Onder het dreigement dat ik op maandag een strafklacht wegens diefstal zou neerleggen tegen Charles, haalde ik Rose uit haar middagdutje. We spraken opnieuw af in ons hotel waar ze ons, onder allerlei verontschuldigingen, haar tweede officiële gids kwam voorstellen, ene Aziz. Hij zou ons de komende 2 dagen vergezellen in plaats van Charles. Enige probleem… de man had niets van geld op zak (voor overnachting, eten enz.) en wij waren absoluut niet van plan om nog een keertje te betalen. Ook Rose had geen geld meer, de ontvangen park fees zouden immers reeds op de bankrekening van het ministerie zijn gedeponeerd. Yeah, sure! Aangezien wij niet over de brug kwamen ontstond er een geanimeerde discussie in het swahili tussen Rose en Aziz. Die laatste was duidelijk niet verteld dat wij alles al hadden betaald en dat Charles daarmee was gaan lopen. Ook Aziz kon er niet mee lachen. Gelukkig toverde Rose Jan Bardi’s gewijs nog 30.000 Tsh uit haar tas en konden we samen met Aziz naar onze volgende bestemming Nyandira vertrekken.

Dit dorpje ligt diep verscholen in de bergen en geldt als vertrekplaats voor de tocht naar het Lukwangule Plateau, een gras-, moeras- en veenvlakte op 2.500 m waar het noordelijke en het zuidelijke deel van de Ulugurus samenkomen. De rit erheen baarde me zorgen, zeer steil, zeer diepe afgronden, zeer smal en veel slechte stukken met grote, scherpe stenen waarop je je banden heel gemakkelijk kapot rijdt of die tegen de onderkant van de auto de radiator zo maar lek slaan. Gelukkig bleef ons dat allemaal bespaard. Met een flesje champagne die we gekoeld in de frigobox uit Dar es Salaam hadden meegenomen, speelden we in de vooravond nog een spelletje “manillen”. Om de stand bij te houden haalde ik uit het kaartendoosje een frommeltje papier dat er nog in zat van de vorige keer… het was een stukje krant “Scotsman” van 2 april 2003… in die periode waren we op stap in de Schotse Highlands en is Lucas verwekt. Als dat geen voorteken is. Dat moest gevierd worden… met een copieuze maaltijd… van boterhammen met choco, doorgespoeld met een likje Glennfidish whiskey.

Op zondagmorgen bleek ook Aziz zich vermenigvuldigd te hebben. Onze – in zijn eigen woorden “very professional” – gids had immers op eigen initiatief nog een lokale gids ingehuurd, Kulwa, kwestie van zeker niet verloren te lopen. Anders gesteld, Aziz zelf kende de ballen van waar we heen gingen. Met de auto reden we eerst naar Tchenzema, een gehucht 10 km verderop waar onze tocht zou beginnen. De weg er naar toe was opnieuw zeer steil. Niet verwonderlijk. De bergen waren er zeer hoog. “Up to eight hundred thousand meters” volgens onze gids. Dat leek me straf … “Aziz, you mean eight hundred meters right?”. Maar Aziz hield voet bij stuk… “no sir, very high,… yes eight hundred thousand meters”. De weg was bovendien zeer glad en vettig. Niet te verwonderen dus dat een in de modder vastgereden vrachtwagen en een busje een beetje verderop de weg blokkeerden. In plaats van terug te keren besloten we om de auto ter plekke, in een klein stukje bocht, net langs de afgrond, te parkeren. Ik bleef achter en Aziz, Kulwa en Leen liepen door naar het dorp om een geschikte kandidaat te zoeken om onze auto tijdens onze afwezigheid te bewaken. Na bijna anderhalf uur kwam ene Godfrey me aflossen, met een briefje van Leen in de hand ter bevestiging dat hij de uitverkorene was. Dat het zolang had geduurd, had te maken met het feit dat ze in het dorpje op zoek waren moeten gaan naar de dorpsoudste om uit te maken aan wie de bewakingsopdracht kon worden toevertrouwd. De brave man was echter niet te vinden, uiteindelijk bleek hij in de kerk te zitten. In al zijn wijsheid duidde hij de oudste zoon aan van de tweede oudste van het dorp, Godfrey dus. Met twee uur vertraging konden we uiteindelijk toch aan onze mars beginnen.

Het eerste deel liep langs smalle paadjes, de stijle bergflanken op, doorheen de akkers, langs allerlei terrasbouw. Kulwa nam de leiging en legde er een stevig tempo op. Aziz volgde als tweede… of beter volgde niet. Ongelooflijk, nog nooit mee gemaakt… in al die jaren reizen … onze berggids kon gewoon niet mee. Hij liep ons, puffend en zwetend, letterlijk voor de voeten. We staken hem voorbij en ik sommeerde Kulwa nog een tandje bij te steken. Ik heb Aziz er ongenadig afgelopen. Mijn ondertussen 8 weken doorgedreven looptraining, met 40 à 50 km per week, wierp duidelijk zijn vruchten af. Nog nooit was ik zo sterk in de bergen. Af en toe hielden we halt om op adem te komen en om Aziz toe te laten aan te sluiten… om vervolgens onmiddellijk terug te vertrekken. Ik geef toe… het was misschien een beetje gemeen maar van een professionele berggids mag je toch verwachten dat hij meekan met zijn groep? Bovendien was het een uitstekende uithoudingstraining met het oog op de Kilimanjaro (halve) marathon van 2 maart 2008.

We lieten de landbouwzone achter ons en trokken hogerop het Lukwangule Forest Reserve in, een ondoordringbaar stuk tropisch regenwoud waarin bijvoorbeeld de uiterst zeldzame Uluguru bush-strike, de Loveridge’s sunbird, de Mrs Moreau’s warbler en de Fullborn’s black boubou rondfladderen. Daar hadden onze gidsen echter geen boodschap aan, Kulwa had het druk om zo snel mogelijk boven en weer beneden te staan, Aziz had het druk om op de gladde rotsen, boomwortels en modderpoelen zijn evenwicht te behouden en niet nog meer, letterlijk, op zijn smoel te gaan. Na twee uur klauteren kwamen we boven… een kale rots van een paar meters groot die net boven de hoogste bomen uitkwam en die je een mooi panorama zou hebben gegeven indien het ondertussen in het dal niet zou gaan misten zijn. “The Lukwangule Plateau” kondigde Aziz niet zonder trots aan. Nou, nou… viel dat tegen. “So this is the Plateau, Aziz?” vroeg ik om toch maar zeker van te zijn… “Yes, sir, the Plateau”. Tja, dan was het maar zo. We aten en maakten ons op om terug te keren tot ik een beetje verder nog een kleine helling in de gaten kreeg. Benieuwd naar het uitzicht aan de andere kant, liep ik erop en erover … om een prachtige, groene, met bloemen bezaaide, glooiende alpenweide te ontdekken. Het Lukwangule Plateau, een stukje Zwitserland onvermoed en onbekend in Tanzania. Ik riep Aziz erbij die moest toegeven dat hij eigenlijk nog nooit de moeite had genomen om deze kant op te komen en die al die jaren zijn bezoekers dus eigenlijk de verkeerde plek had laten zien. Pijnlijk. Met een klein hartje en niet zonder vloeken, valpartijen en zere knieën keerden we terug naar het dal en onze auto.

Aangezien we alles veel sneller hadden gedaan dan verwacht en de voeten van Leen, vol met blaren, het niet meer toelieten om nog een ander tochtje in te lassen besloten we om onmiddellijk terug te rijden naar Dar es Salaam in plaats van te overnachten in Morogoro. Tijdens onze terugtocht viel onze fantastischze gids Azis in slaap. Ik mocht dus op eigen houtje proberen de bergen uit te geraken. Dat lukte. Eens in de buurt van Morogoro wou ik Aziz afzetten langs de hoofdbaan naar Dar es Salaam om aldus Morogoro stad zelf niet te hoeven binnenrijden. Aziz moest dan maar het laatste stukje tot thuis lopen of eventueel een busje nemen. Dat zag hij echter niet zitten… “my legs are dead, sir, I can’t walk anymore … please drop me at my place…”. Als mens van goeden ziele ging ik in op Azis’ laatste wens. Nog eens twee uur later stonden we goed en wel terug in Dar es Salaam.

Samengevat, het was een fantastisch weekend in een prachtig, goedkoop en onontgonnen stukje Tanzania dat veel meer aandacht verdient dan dat het krijgt. Anderzijds, waren de gidsen Charles en Aziz van het Wildlife and Conservation Ministry in het ene geval totaal onbetrouwbaar en in het andere totaal incompetent en onfit. Van Charles zullen de volgende bezoekers gelukkig geen last meer hebben aangezien hij op maandag door Rose, die echt wel uit het goede hout gesneden is, is ontslaan. Zij heeft mij verder verteld dat hij het ontvangen geld alsnog aan Aziz heeft betaald, reden waarom ik alsnog geen klacht zal neerleggen. Ik zei toch dat ik hier een mens van goeden ziele geworden ben?

Groeten, Karel.

5 Reacties naar “De Uluguru Mountains”

  1. Eva zegt:

    Dit fijn verhaal doet me niet alleen met zeer veel heimwee naar jullie – ik val in herhaling – terugdenken aan de reis van vorig jaar, maar ook aan een schone diavoorstelling op oudjaar een beetje langer geleden….

  2. Steven zegt:

    zitten jullie morgenavond op de skype om de nieuwjaarswensen uit te wisselen?

  3. Sofie zegt:

    Drink een glaasje op al dat moois en omdat je in 2007 al zoveel goedheid hebt getoond zal je lijst van voornemens voor 2008 wel zeer kort zijn.

    Wij drinken alvast vanavond een (of meerdere) glaasje(s) op jullie
    Sofie

  4. MAMA zegt:

    BLIJ NOG EENS TE LEZEN WAT JE MIJ PERSOONLIJK HAD VERTELD,
    LATE REACTIE , BEN ZOALS JE WEET PAS TERUG VAN BIJ JULLIE EN UGANDA, WEER HET NODIGE AVONTUUR EN SCHOONHEID GEHAD , WELISWAAR NIET DEZE BERGEN, LEVE HET EILAND
    XXXXXXXXXXX

  5. Bert zegt:

    hadieKarel!? hoe is het met de twee witte vriendjes Steven en Nat? Ik verheug me al op de stoere verhalen van Stevie na de voetbal – blonde leffe in de hand – van jullie sortie in het Dareske nachtleven!? In de hoop het later op het jaar/begin volgend jaar ook eens aan den lijve te onvervinden!
    dikke bees,
    Bert

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.