Sinds mijn laatste bijdrage is er veel te doen geweest rond discriminatie en rascisme.
Op 7 maart publiceerde het CERD (Committee on the elimination of racial discrimination) haar 2-jaarlijks rapport over de rascismebestrijding en het gelijke kansenbeleid in België. De Vlaamse regering werd daarin op haar vingers getikt voor het bestaan van haar Wooncode die de toegang tot een sociale huurwoning koppelt aan de kennis van het Nederlands, minstens aan de bereidheid om Nederlands te leren. België werd aangemaand om erop toe te zien dat “taalvereisten niet leiden tot indirecte discriminatie van onderdanen en niet-onderdanen die geen Nederlands spreken op grond van hun nationale of etnische afkomst”.
Op 12 maart kwam de Advocaat-Generaal bij het Europese Hof van Justitie met zijn advies in de rechtzaak tussen het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Rascismebestrijding en de firma Feryn. Die laatste installeert kantelpoorten en was begin 2005 op zoek naar bijkomende monteurs. In een kranteninterview verklaarde één van haar directeuren dat ze evenwel geen Marokkanen zou aanwerven omdat “haar klanten hen niet thuis over de vloer willen zien komen”. Volgens de Advocaat-Generaal is er directe discriminatie wanneer iemand op grond van ras of etnische afstamming ongunstiger wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt of zou worden behandeld. Hij oordeelde dat de geviseerde uitlating een dergelijke discriminatie uitmaakte. Marokkanen zouden immers niet bij Feryn soliciteren omdat ze op voorhand weten dat ze toch niet zullen worden aangeworven omwille van hun afkomst. Aldus zou Feryn Marokkanen de facto uitsluiten van haar sollicatieproces en uiteindelijk van haar werkvloer. In de meeste gevallen valt het Hof van Justitie het advies van haar Advocaat-Generaal.
Enkele dagen later zag Barack Obama zich verplicht een belangrijke toespraak te wijden aan het thema rassenverschillen en discriminatie. Hij lag immers onder vuur na controversiële uitspraken van zijn dominee. Die laatste had in zijn preken zijn woede geuit over de discriminatie van zwarte Amerikanen en de schuld voor de aanslagen op WTC torens gelegd bij Amerikaanse steun aan de onderdrukking van het Palestijnse volk. De details van de speech zal ik U onthouden maar het kwam erop neer dat we allemaal gelijk zijn.
Op 21 maart was het de jaarlijkse Internationale Dag ter bestrijding van rascisme en discriminatie. Op die dag had er in 1960 een schietincident plaats in het Zuid-Afrikaanse Sharpeville naar aanleiding van een vreedzame betoging tegen de zogenaamde “pasjeswetten” die de zwarten ertoe verplichten in bepaalde, door de blanke regering vastgelegde gebieden, te gaan wonen. Er vielen toen 69 doden en 180 gewonden.
En het voorbije weekend hield Nederland een nationale betoging tegen de anti-Islam film die Geert Wilders op het punt staat uit te brengen. Althans als hem dat lukt. Eerst zagen alle TV-zenders af van uitzending wegens te gevaarlijk en te controversiëel. Vervolgens zou de film op het internet worden gelanceerd, in combinatie met een speciale persvoorstelling in het bijzijn van Wilders himself. Ook dat plan ging niet door. De persvoorstelling werd afgeblazen omdat die wel eens gekken zou kunnen aantrekken en Wilders zelf voor de kosten van zijn beveiliging diende in te staan. Dat zou een dure affaire worden voor de zuinige Nederlander. De film zou dan maar enkel via een speciale site worden verspreid, tot eergisteren bekend geraakte dat ook de internet-host het niet meer zag zitten en de betrokken site van het net haalde.
Hoe worstelen Europa en Amerika toch nog steeds met rassenverschillen en discriminatie. ”Doet open bange blanke man” zong Willem Vermandere nochtans al 10 jaar geleden. Het is dan ook een ware verademing om in Tanzania te wonen waar iedereen harmonieus samenleeft, waar er van etnische twisten geen sprake is en waar niemand wordt gediscrimeerd … althans zo dacht ik toch.
Tot mijn Tanzaniaanse collega Joy me vertelde hoe ze 2 weken geleden de toegang werd ontzegd tot het chique restaurant Karambesi, gelegen in Sea Cliff village, een soort shopping center op het uiterste puntje van de residentiële (lees banke) buurt van Dar es Salaam. Ze had in het restaurant afgesproken met een Engelse vriend en was een paar minuten te laat. Aan de ingang van de shopping center werd ze tegengehouden door een aantal beveilingsagenten die wouden weten waar ze heen ging. “The Karambesi”, antwoordde ze gehaast. “Sorry, we can’t let you through” was de repliek. “What? Why not?”. “We can’t, the Indian owner of the restaurant doesn’t allow us”. “What?”. “We have strict orders, black women do not get in alone. Only in the company of white or Indian men, we let them in”. Joy was razend en belde haar Engelse vriend die in het restaurant al op haar zat te wachten. Hij kwam naar buiten en, in het gezelschap van haar blanke man, werd Joy alsnog tot het restaurant toegelaten. Dat hadden ze beter niet gedaan. De oren van de dienstdoende manager suizen nog, zijn duizenden verontschuldigingen over het ongelukkige misverstand ten spijt.
Een geïsoleerd geval? Blijkbaar niet. In diezelfde week had een andere collega, de Duitse en zeer blanke Susanne, afgesproken met twee Tanzaniaanse vrienden. Plaats van de ontmoeting: de exclusive, members-only Patel Club in het zakendistrict van Dar es Salaam… die weliswaar ook niet-leden toelaat tegen betaling van een kleine dagbijdrage. Uiteraard stipt op tijd besloot Susanne in de club op haar vrienden te wachten. Die kwamen echter niet opdagen … 10 minuten, 15 minuten, 25 minuten … zelfs naar Tanzaniaanse normen ben je dan al stilletjes aan te laat. Tot de deurwachter haar kwam vertellen dat er aan de ingang 2 mannen stonden die beweerden met haar een afspraak te hebben maar die niet binnen konden worden gelaten. Susanne dacht dat de cover charge het probleem was en kwam naar buiten om dat voor hen te betalen. Daar had het echter niets mee te maken. “The Indian owner simply does not want black customers in the club” werd Susanne aan de ingang verteld. Hallucinant … in een land waar 99,5% van de bevolking zwart is en het voltallige personeel van de club dat nota bene ook is. Goed genoeg dus om het blanke en Indische clienteel te bedienen, om de afwas te doen en om de vuilbakken buiten te zetten … maar ze moeten er niet aan denken om zelf iets te komen drinken. Doet toch open bange Indische man!
Het ultieme voorbeeld van bange en onverdraagzame mensen werd deze week evenwel gegeven door onze Franse school Arthur Rimbaud. Die ligt op nog geen 500 meter van bij ons en Victor en Lucas zijn de enige leerlingen die met de fiets naar school gaan, in het gezelschap van onze tuinman Justin die meefietst. In het begin van het schooljaar hadden we al eens de opmerking gekregen dat Victor en Lucas onvoldoende langs de kant van de weg reden. We vonden dat wat overdreven omdat ze bewust een verkeersluwe omweg namen, met nauwelijks 3 à 4 auto´s op het gehele traject. Desalniettemin werd er sindsdien op gelet. Enkele weken geleden was er een nieuw incidentje toen één van die dikke 4×4´s vanuit zijn parkeerplaats aan de schoolpoort achteruit reed en de chauffeur Victor en Lucas, die net op dat moment achter de auto passeerden en die op hun fiets uiteraard lager zaten, pas op het laatste moment opmerkte.
Hierop kregen we van de schooldirectie een schriftelijke vermaning. Die begint zo: “Malgré plusieurs avertissements verbaux de notre part, nous vous rappelons que vous mettez en danger vos enfants en les autorisant régulièrement à se rendre à l’école et à partir de l’école à bicyclette accompagnés d’un de vos employés, peu soucieux de leur sécurité.” Wij brengen dus het leven van onze kinderen in gevaar door hen, onder begeleiding, naar school te laten fietsen. De brief vervolgt: “Trop souvent, ils manquent de se faire renverser par des véhicules de grande taille (type 4×4). De plus, nous recevons depuis la rentrée de septembre des réclamations de parents qui se trouvent confrontés à la crainte d’un accident involontaire et de la responsabilité morale qui en découlerait”. Maar al te vaak, worden onze oogappeltjes dus net niet omver gereden door grote jeeps, waarvan de bestuurders moeten leven met de angst om onvrijwillig een ongeval te veroorzaken en met de morele verantwoordelijkheid die daaruit zou volgen. Vandaar dat “nous vous demandons, dans l’intérêt de vos enfants et le respect des autres usagers de ne plus autoriser vos enfants à se rendre à l’école à bicyclette”. Met andere woorden, gelieve uit respect voor de potentiële doodrijders met hun dikke 4×4′s (en ook wel een beetje in het belang van onze kinderen) voortaan de kroost met de auto te komen afzetten. Een “school”voorbeeld van discriminatie, van de sterke tegenover de zwakke weggebruiker. Hallucinant ook, wetende dat de school evengoed een “groene week” organiseert ten voordele van het milieu en hamert op voldoende lichaamsbeweging… voor zover het natuurlijk de mentale rust van de gestelde heren en dames/papa’s en mama’s niet verstoort.
In “Mtwara Close” liep de spanning deze week hoog op. Victor heeft zijn eerste liefje, Emma, immers ingeruild voor een tweede, Ella. Van de 3 meisjes in de klas op 19 jongens, heeft Victor er dus al 2 van 3 rond zijn vinger gedraaid. Lucas keurt dat af. “Ik kan niet meer volgen, Victor, eerst Emma, nu Ella”. “Ja maar, Lucas, Emma was saai, Ella is leuk”. “Ik heb maar één liefje, Victor, en dat is mama”. Houden zo! Thuis staan we nog maar eens voor een dilemma. Onze nachtwaker Leivson wil een lening aangaan om een rijbewijs voor vrachtwagens te behalen. Wat moet hij echter met zo’n rijbewijs om ons huis te bewaken? Niets uiteraard. Het is ontegensprekelijk wel een extra troef om in de industrie aan de slag te gaan, of om chauffeur te worden, of wegenwerker… of iets anders, als het maar geen nachtwaker is. Onze werknemer vraagt ons dus om hem te helpen zodanig dat hij zich kan verbeteren maar tegelijk ons ook in de steek zal laten, in het slechtste geval van zodra hij zijn rijbewijs op zak heeft en vooraleer zijn lening is terugbetaald. Doen? Kiezen we voor ons eigen belang of denken we aan Leivson (een andere bewaker is nu ook niet zo moeilijk te vinden, zeker)? Kijk volgende week naar “Mwtara Close”.
Groeten, Karel